Het Verenigd Koninkrijk maakte een deal met Rwanda om uitgezette asielzoekers op te vangen. Een paar jaar later wilde het VK van de deal af, Rwanda spande daarop een procedure aan. Het VK kreeg dit voorjaar gelijk, maar was de uitspraak niet het resultaat van een geschiedenis van kolonialisme?
Marlene Dumas, Rejects, 1994-present, ink wash and watercolour on paper [endless series, c. 62 x 50 cm each]
Since the middle of the 19th century, international law in Europe has struggled to reconcile free movement for Europeans and their descendants in settler colonies with a right of states to control the migration of racialised foreign workers. Until the First World War, race was seen as an appropriate criterion to distinguish those who have free movement from those who do not. When contestation by Japan and by anti-colonial activists made race problematic as legitimation, migration was construed as part of the reserved domain of states that was not subject to international law. After decolonisation, the 1985 Abdulaziz judgment of the European Court of Human Rights marked the abandonment of the reserved domain doctrine, while at the same time introducing a uniquely limited application of human rights to migration. This article analyses how international law in Europe has not, as is often assumed, been characterised by increasing migration restrictionism. Instead, it has focused on justifying free movement for some, and restrictionism for others. This becomes apparent when the inter-connections between international law, racialisation and the European labour market are taken into account.
In de internationale wetenschappelijke bestudering van het migratierecht wordt het verband met koloniale verhoudingen nauwelijks waargenomen. Dat is zowel een kwestie van amnesie (het vergeten van het verleden) als van afasie (een onvermogen om de dingen bij hun naam te noemen). In mijn bijdrage zal ik me niet richten op het aantonen van de juistheid van de diagnose. In plaats daarvan zal ik die veronderstellenderwijs aannemen, en me richten op de mogelijkheden voor Europese academici om hun eigen aandoening te behandelen. Wat kunnen we er aan doen, en op welke uitdagingen stuiten we daarbij?
On 10 December 2025, 27 Council of Europe states adopted a statement expressing their concerns about the migration case law of the European Court of Human Rights (ECtHR). They believe that the ECtHR imposes too many restrictions on European governments.
In this report, we answer the question of how strict the Court’s case law really is for European states. Our analysis focuses on the content of the ECtHR case law and shows that (1) The Court has been state-friendly from the outset. (2) Moreover, over the last decade, case law has imposed fewer restrictions on states. (3) The basic standards of the ECHR are also enshrined in other, binding instruments. (4) Finally, the impact of this case law at national level is limited in the case of Belgium.
De overvloed aan toeristen, de woningnood en de slechte omstandigheden voor arbeidsmigranten zijn drie Amsterdamse problemen die met elkaar samenhangen. Er is echter een manier om ze alle drie tegelijkertijd aan te pakken.
‘Met deze ene maatregel kunnen we iets doen tegen de woningnood en massatoerisme’, Het Parool 28 januari 2026, p. 18-19
Het spreidingsbeleid bij volkshuisvesting omvatte maatregelen waarmee de Nederlandse overheid vanaf de jaren zeventig mensen van kleur – migranten en staatsburgers zoals Surinamers en Antillianen – geografisch wilde spreiden om vermeende ‘gettovorming’ te voorkomen. Op basis van juridische casuïstiek en archiefmateriaal analyseren de auteurs hoe dit beleid discriminerende en racistische effecten had, en wat groepen die zich ertegen verzetten aan het non-discriminatierecht hadden. Regeringsfunctionarissen koppelden werkloosheid, armoede, ‘achterstand’ en criminaliteit aan immigratie, waardoor raciale aannames het beleid onmiskenbaar stuurden. Hoewel ‘ras’ niet werd genoemd, werd het impliciet aangeduid – een vorm van ‘racisme zonder ras’, passend bij het dominante zelfbeeld van ‘witte onschuld’. De auteurs concluderen dat de rechtspraak blijk geeft van raciale afasie: de bedoelde raciale effecten bleven onbenoemd of werden ontkend. Toch is juridische actie niet zinloos zolang activisten institutioneel racisme blijven agenderen en overheden tot erkenning dwingen.
Met deals beweegt Europa zijn buurlanden ertoe dat zij migranten en vluchtelingen ver weg houden. Dit externaliseringsbeleid richt zich bijvoorbeeld op Niger, Tunesië, Egypte, Turkije en Servië. Europa kijkt weg van mensenrechtenschendingen aldaar.
Het idee is dat vluchtelingen zo ver mogelijk van de Europese grenzen worden opgevangen en tegengehouden. Daarom helpt Europa met het opzetten van lokaal vluchtelingenbeleid in landen als Egypte, Niger, Servië en Tunesië — en neemt het het daarbij niet altijd zo nauw met de mensenrechten.
De eerste deal werd in 2016 gesloten met Turkije, en die geldt nog altijd als een groot succes. Maar klopt dat beeld wel? En wat zijn de gevolgen van dat Europese ‘helpen’? Wat doet bijvoorbeeld de Tunesische dictator Saied met dat geld?
Productie: Kees van den Bosch en Simon van den Oever.
La majorité des analyses consacrées aux évolutions du régime migratoire en Europe font le constat de restrictions toujours plus vigoureuses. Or ces restrictions de circulation tranchent avec la mise en place d’un régime libéral de mobilité pour les Européens. Dans le cadre de l’Union européenne et du Conseil de l’Europe, une « légalité bifurquée » a ainsi été mise en place depuis l’après-guerre, et continue de l’être. Elle privilégie la mobilité des Européens (en particulier des classes moyennes), mais dénie des droits similaires aux ressortissants des pays anciennement colonisés.
« Une légalité bifurquée : le droit de la migration en Europe », Mondes & Migrations, 1350 | 2025, 49-57
Luce Turnier, Composition, 1970; Collection Jézabel Turnier-Traube (seen at Centre Pompidou, June 2025)
In S.S., the European Court of Human Rights declared an application about a Libyan pullback inadmissible. One may be critical of this, but after the Court’s case law from the last decade this decision can come as no surprise. However, in a final passage the Court tries to respond to the disappointment it expects from the applicants. In doing so, the Court produces a simulacrum of a human rights ruling: it offers the signs of human rights but in the same gesture short-circuits the application of the Convention. An analysis inspired by Jean Baudrillard’s Simulacres et simulation (1981).
Disneyland Strasbourg: S.S. and others v Italy (12 June 2025), Strasbourg Observers 9 July 2025